Vermijden van Aannames

Introductie

Gesprekken van zorgprofessionals bevatten vaak aannames (Kinnell & Maynard, 1996; Speer, 2013; Weijts et al., 1993). Een aanname is een veronderstelling over iemands situatie, ervaring of gedrag. Bijvoorbeeld dat iemand een seksleven heeft, een partner heeft, of seksualiteit belangrijk vindt. Zulke aannames weerspiegelen impliciete normen over wat ‘normaal’ seksueel gedrag is.

Deze aannames ontstaan vaak automatisch in gesprekken. Ze kunnen helpen om snel tot de kern te komen, maar kunnen ook onbedoeld invloed hebben op hoe veilig een patiënt zich voelt om open te spreken.

Zulke aannames kunnen problematisch zijn omdat:

  • ze stereotypen over seksueel gedrag in stand houden, bevestigen of versterken, waardoor mensen die niet voldoen aan dat stereotype als “afwijkend” worden behandeld;
  • ze ertoe kunnen leiden dat patiënten terughoudender worden in wat ze zeggen over hun seksleven
  • adviezen gebaseerd op aannames onvoldoende aansluiten bij de werkelijke situatie van patiënten.

Aannames zijn niet altijd verkeerd. Soms zijn ze gebaseerd op eerdere informatie uit een consult of dossier. Het gaat er vooral om dat je je bewust bent van je aannames en ruimte laat voor correctie door de patiënt.

Aannames kunnen op verschillende plekken in gesprekken voorkomen. Bijvoorbeeld in een uitleg over behandeling (“je partner moet je na de ingreep ophalen”; aannames: je hebt een partner, je weet waar de ingreep over gaat en dat de ingreep ook gaat laten doen), in antwoorden (“ik begrijp dat u zich zorgen maakt”), en in vragen. Vragen kunnen meer of minder aannames bevatten, bijvoorbeeld:

  • Die hormoonkuur valt niet mee hè? (hier is de aanname dat de hormoonkuur niet meevalt, en dat de patiënt de kuur volgt zoals voorgeschreven en dat de patiënt weet dat de voorgeschreven kuur een hormoonkuur is)
  • Hoeveel last heeft u van die hormoonkuur? (hier is de aanname dat de hormonenkuur last veroorzaakt en ook dat de patiënt de kuur volgt)
  • Hoe ervaart u de hormoonkuur? (hier is de aanname dat de patiënt de hormoonkuur volgt en dat de patiënt weet dat de voorgeschreven kuur een hormoonkuur is)
  • Ik weet niet of u de hormoonkuur al bent gestart? (hier is de aanname dat de patiënt weet dat de voorgeschreven kuur een hormoonkuur is)

Aan deze voorbeelden zie je dat het bijna onmogelijk is om helemaal zonder aannames te praten. Zelfs een open vraag als ‘wat is er gebeurd?’ gaat ervan uit dat er iets is gebeurd. Het doel is daarom niet om aannames te vermijden, maar om ze zo bewust en zorgvuldig mogelijk te gebruiken.

Wanneer een vraag veel aannames bevat, moet een patiënt extra moeite doen om die te corrigeren. Dat kan ongemakkelijk voelen en de flow van het gesprek verstoren. Hoe opener en neutraler een vraag, hoe minder interactionele druk er bij de patiënt ligt.